Rechtbank Amsterdam 8 december 2011 (hetzuur), LJN BU7305
Diverse uitingen op websites. De context van het artikel ontneemt aan deze uitlatingen zeker niet het beledigend karakter. Het artikel is een reactie van verdachte op de inhoud van een artikel van een politicus op diens website, waarin deze de Palestijnse kwestie aan de orde stelt en kritiek uit op de politiek van Israël. Verdachte heeft betoogd dat de misdaden die door Israël en daarmee door de zionisten gepleegd worden, zo ernstig zijn dat de door hem geformuleerde uitlatingen noodzakelijk waren om het besef van die daar gepleegde misdaden te laten doordringen. Op deze wijze wenst hij mee te doen aan het maatschappelijk debat. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen verband tussen enerzijds de politiek van een staat en politieke idealen gericht op de vorming of instandhouding van die staat en anderzijds een grote groep mensen, verspreid over de wereld, die zich onderscheiden door hun ras en/of geloof, zodat reeds daardoor geen sprake is van het geval dat de belediging gerechtvaardigd wordt door de context. Van andere door verdachte gedane uitlatingen is de rechtbank van oordeel dat ze op zichzelf beschouwd beledigend zijn voor joden maar dat de context van het artikel het beleidgend karakter aan de uitlatingen ontneemt. Immers, verdachte verwijst naar een debat dat in 2009 en ook thans nog actueel is. Zowel in de politiek als elders in de samenleving was en is sprake van kwetsende uitlatingen, gericht tegen niet-westerse allochtonen in het algemeen en moslims in het bijzonder. De rechtbank verwijst in dit verband naar het vonnis van deze rechtbank en kamer van 23 juni 2011 (LJN: BQ9001), gewezen in de strafzaak tegen de leider van een politieke partij, vertegenwoordigd in het parlement. Volgt veroordeling tot 40 uur werkstraf.
Diverse uitingen op websites.
De context van het artikel ontneemt aan deze uitlatingen zeker niet het beledigend karakter. Het artikel is een reactie van verdachte op de inhoud van een artikel van een politicus op diens website, waarin deze de Palestijnse kwestie aan de orde stelt en kritiek uit op de politiek van Israël. Verdachte heeft betoogd dat de misdaden die door Israël en daarmee door de zionisten gepleegd worden, zo ernstig zijn dat de door hem geformuleerde uitlatingen noodzakelijk waren om het besef van die daar gepleegde misdaden te laten doordringen. Op deze wijze wenst hij mee te doen aan het maatschappelijk debat. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen verband tussen enerzijds de politiek van een staat en politieke idealen gericht op de vorming of instandhouding van die staat en anderzijds een grote groep mensen, verspreid over de wereld, die zich onderscheiden door hun ras en/of geloof, zodat reeds daardoor geen sprake is van het geval dat de belediging gerechtvaardigd wordt door de context. Van andere door verdachte gedane uitlatingen is de rechtbank van oordeel dat ze op zichzelf beschouwd beledigend zijn voor joden maar dat de context van het artikel het beleidgend karakter aan de uitlatingen ontneemt. Immers, verdachte verwijst naar een debat dat in 2009 en ook thans nog actueel is. Zowel in de politiek als elders in de samenleving was en is sprake van kwetsende uitlatingen, gericht tegen niet-westerse allochtonen in het algemeen en moslims in het bijzonder. De rechtbank verwijst in dit verband naar het vonnis van deze rechtbank en kamer van 23 juni 2011 (LJN: BQ9001), gewezen in de strafzaak tegen de leider van een politieke partij, vertegenwoordigd in het parlement.
Volgt veroordeling tot 40 uur werkstraf.